
Goed dat u niet bezeten bent van mij,
Goed dat ik ook van u niet ben bezeten,
Dat wij op aarde blijven en dat wij
Niet wegzweven naar andere planeten.
Goed dat ik gek mag doen - losbandig, vrij,
Dat ik mijn woorden niet hoef af te meten,
En dat een aanraking van uw kledij
Geen wild, benauwend vuur in mij ontketent.
Goed dat u in mijn bijzijn ook gerust
Liefkozingen van anderen kunt krijgen,
En dat u, als een ander míj eens kust,
Mij niet met hel en vagevuur zult dreigen.
Goed dat u steeds, bewust of onbewust,
Mijn lieve naam, o lieve, zult verzwijgen...
Dat nooit in 't godshuis, in gewijde rust
een halleluja voor ons op zal stijgen.
Ik dank u voor dat alles; ik ben blij
Dat u, zonder er zelf iets van te weten,
Zo van mij houdt: dank voor de zon die wij
Niet samen zien, de niet met u gesleten
Verstilde nacht; dat wij elkander bij
Zonsondergang en maneschijn vergeten,
Dat u niet - ach! - bezeten bent van mij,
En dat ik - ach! - van u niet ben bezeten.
(3 mei 1915)
(vertaling Anne Stoffel)
Met dank aan Diana.
P.S. De levensloop van M.T. is niet alledaags. Check (de Engelstalige) wikipedia.
Die zigeunerdrang om te scheiden!
BeantwoordenVerwijderenEen ontmoeting - en snel weer weg!
'k Laat mijn hoofd in mijn handen glijden,
En kijk in de nacht, en zeg:
Geen mens die begrijpt bij het lezen
Van brieven van mij en jou,
Hoe trouw'loos we zijn, dus in wezen -
Hoe zeer aan ons zelf getrouw.
M.T. oktober 1915